Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Filtreren op media: 

Sacre

Interview Sasha Waltz

De Munt - Interview Sasha Waltz

Aan het slot van een ritus die teruggaat tot de oorsprong van de beschaving, wordt een vrouw opgeofferd opdat de groep zou overleven. Naar aanleiding van het eeuwfeest van het befaamde ballet van Vaslav Nijinski en van de geniale compositie van Igor Stravinsky, maakte de Duitse choreografe Sasha Waltz een nieuwe creatie op deze muziek. In Brussel wordt haar Sacre voor het eerst opgevoerd door de dansers van haar eigen gezelschap en wordt de voorstelling gekoppeld aan een andere recente choreografie: Jagden und Formen (Zustand 2008), op muziek van Wolfgang Rihm en meteen de tweede Belgische creatie van de avond.

De relaties tussen individu en groep staan centraal in uw choreografisch onderzoek. Kreeg dit aspect veel nadruk in Sacre?

Uit de groep wordt een persoon gekozen die zal worden opgeofferd ten bate van die groep. Deze thematiek zit helemaal vervat in dit stuk. Ik heb de nadruk gelegd op het concept groep, niet vanuit formeel oogpunt, maar als geheel van individuen. De aandacht verplaatst zich van de ene naar de andere, want al degenen die niet werden uitgekozen, hadden toch uitgekozen kunnen zijn. Het is dus belangrijk om het goede evenwicht te vinden om die individuele stemmen te laten weerklinken.

Weerklinken die verschillende stemmen in de muziek?

Als je de orkestratie bekijkt, lijkt de melodische lijn van het ene instrument naar het andere over te springen, in een voortdurend opborrelen van thema’s die ik aan deze verschillende stemmen verbind. Enerzijds is er het ritme, die ongelooflijke vibratie waarvan de energie zich verspreidt door de gehele partituur, en anderzijds zijn er de melodieën die geïnspireerd zijn op volksliederen maar die ook orthodoxe religieuze thema’s kunnen oproepen. Wellicht is het niet dit aspect dat meteen voor de geest springt als men aan Le Sacre du printemps denkt, maar die dimensie is sterk aanwezig in de muziek. Ik zocht naar een evenwicht tussen deze beide stemmen die zich ook combineren in de choreografie.

Is dit een manier om terug te keren naar de bron van Sacre?

In tegenstelling tot de originele choreografie van Nijinski, probeer ik de rituelen van het heidense Rusland niet opnieuw te creëren. Maar ik behoud toch een link met dat verhaal. Tal van rituelen uit heel diverse culturen bevatten gelijkaardige symbolen en praktijken. Het inspireerde me zeer hen met elkaar te vergelijken. Als we het dan over vandaag hebben, hoe creëren wij onze eigen rituelen, welke vorm kunnen die aannemen? In India maken ze nog steeds deel uit van het dagelijkse leven, parallel met de digitale wereld. Ik nam deel aan een aantal zeer oude tantrarituelen waarbij nog dierenoffers plaatsvinden. Door de bestaande praktijken te bestuderen, kon ik me vragen stellen over de manier waarop die waargenomen en benaderd worden, zonder me te binden aan welke Russische traditie ook.

Is het uw intentie om met name via de scenografie en de kostuums Le Sacre in het hier en nu te situeren?

Ik wil me in elk geval afzijdig houden van elk realisme en er zal dus geen achterdoek zijn met een dorp en een landschap, zoals in de oorspronkelijke versie. Samen met scenografe Pia Maier Schriever bedachten we een zeer abstract object, volledig in de lijn van wat ik de afgelopen jaren ontwikkelde. Als een representatie van de macht die zijn kracht zou uitoefenen op de ruimte. Op een kaal gehouden toneel bracht ik een kiezel aan die wat lijkt op vulkanische steen. We wilden een scenografie bedenken die de energie overbrengt die vervat zit in de muziek en in de cyclische beweging eigen aan de natuur en aan de wetten van het universum.

Uw choreografie werd ontworpen om voorgesteld te worden op de viering van het eeuwfeest van Le Sacre du printemps, aansluitend op de originele versie van Nijinski. Heeft deze dialoog tussen verleden en heden u geïnspireerd?

Dit project werd me voorgesteld door Michel Franck, directeur van het Théâtre des Champs-Élysées, en door Valery Gergiev, met wie ik Berlioz’ Roméo et Juliette bracht in de Opéra de Paris. Ik heb lang geaarzeld en het is pas nadat ik een repetitie had bijgewoond van Nijinski’s choreografie zoals die werd gereconstrueerd door Millicent Hodson en Kenneth Archer dat ik besloot om toe te zeggen. Toen ik deze choreografie ontdekte, werd ik me bewust van de betekenis van dit moment in de geschiedenis van de dans en van wat het nu, honderd jaar later, nog kan betekenen. Want Le Sacre du printemps is werkelijk het eerste grote moderne ballet. Daarom had ik graag de twee versies met de leden van mijn eigen compagnie hernomen, omdat hun vorming en referentiekader verschillen van die van de klassieke dansers die doorgaans die originele choreografie uitvoeren, maar ik slaagde er niet in om de noodzakelijke fondsen bijeen te brengen. Dus nodigde ik Millicent en Kenneth uit om in Berlijn twee weken lang een workshop te verzorgen waarvan het resultaat zal getoond worden in het kader van een lezing met demonstratie. Deze historische benadering was voor mij zeer interessant, temeer daar deze reconstructie een levenswerk is. De muziek ontdekken via een fysieke partituur was iets nieuws voor mij, want ik laat me nooit in met de grote iconische werken van het muzieken dansrepertoire. Pina Bausch’ versie van Le Sacre is zo krachtig dat ik het me nooit had kunnen voorstellen de concurrentie aan te gaan met dit ongenaakbare model, voor een Duitse zoals ik geldt dat nog des te meer. Maar ik kon een dergelijk aanbod niet afslaan, al was het maar omdat ik altijd rond de ideeën van opoffering, de oude rituelen en de vrouwelijke kracht heb gewerkt. Uiteindelijk kreeg de behoefte om mezelf te confronteren met de choreografie van Nijinski, om ze te assimileren en er mijn eigen antwoorden op te vinden, de bovenhand.

Zal de versie die u in Brussel brengt met uw eigen compagnie verschillen van de versie die in Sint-Petersburg en Parijs werd gebracht door het ballet van het Mariinskitheater?

Die dansers van het Mariinskitheater zijn buitengewoon, maar ze missen de creativiteit en eigenheid die ik bij mijn dansers zoek; doorgaans zijn balletdansers ongedifferentieerde delen van het geheel. Niet alleen vonden ze de kennismaking met onze mentaliteit en leefwereld heel boeiend, ze wisten die verbluffend snel te incorporeren. Maar het creatieproces startte bij mijn eigen compagnie en ik beschikte over onvoldoende tijd in het Mariinskitheater om die uit te werken. Met mijn eigen dansers werk ik nu dus verder aan die choreografie. Er zijn weliswaar enkele kleine ingrepen aan het begin van het werk en enkele belangrijke aan het einde, maar de hoofdlijn blijft behouden.

In de Munt gaat uw versie van Le Sacre vooraf aan Jagden und Formen (Zustand 2008), een choreografie op een partituur van Wolfgang Rihm uit 2008. Drong deze double bill zich meteen bij u op?

Ik ben blij dat ik Sacre meteen kan hernemen, anders dan bij Berlioz’ Roméo et Juliette waarvan de Opéra de Paris vijf jaar lang de exclusiviteit bezat. De band die wij met Brussel hebben uitgewerkt, is zeer hecht en ik ben Peter de Caluwe dankbaar dat hij gastheer wil zijn voor de première van Sacre met mijn compagnie. Deze confrontatie met het stuk van Rihm is zeer interessant, maar het zal niet de enige combinatie zijn. Sacre koppelen aan verschillende composities, of het nu afdalend is in het verleden of opklimmend naar het heden, maakt het mogelijk om de moderniteit ervan in vraag te stellen. In Berlijn gaan we van Berlioz, met Scène d’amour uit Roméo et Juliette, over Debussy, met Le Prélude à l’après-midi d’un faune (dat ik nog moet creëren) en naar Stravinsky. Ik had Daniel Barenboim, die deze voorstellingen in Berlijn zal dirigeren, voorgesteld om Sacre te koppelen aan Continu, op muziek van Varèse (een stuk dat reeds in Brussel was te zien), maar de repetitietijd met de Staatskapelle was te krap. Ook ditmaal zet de wens van een dirigent me er toe aan me in te laten met een repertoirewerk. Gelukkig duurt Le Prélude à l’après-midi d’un faune slechts tien minuten. Precies die tijdsduur is een andere uitdaging die me gesteld wordt, want mijn creaties nemen doorgaans een hele voorstelling in beslag. Aanvullingen bedenken voor een werk van een half uur opent voor mij nieuwe perspectieven.

Welke echo’s zijn er tussen Sacre en Jagden und Formen (Zustand 2008)?

Sacre klinkt goed samen met het slot van het werk van Rhim, dat reeds een reflectie is op Le Sacre du printemps, via de opoffering van een vrouw die danst tot ze er haast bij bezwijkt. Maar de ervaring is formeler, in die zin dat de nadruk ligt op de integratie van het orkest met het scenische werk. Jagden und Formen (Zustand 2008) sluit aan bij mijn onderzoek naar de choreografische opera en de lichamelijkheid van zangers en musici. In Sacre spitste ik me toe op de choreografie en haar energetische lading. De manier waarop ik de muziek benaderde om de vorm te sculpteren was anders, niet omdat ze plaats laat voor improvisatie – alles is vast bepaald – maar om de formidabele energie die door de partituur stroomt waarneembaar te maken.

Opgetekend door Mehdi Mahdavi

article - 6.9.2013

 

Sacre
Dans

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt