Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Filtreren op media: 

Ian Bostridge

interview Ian Bostridge

De Munt - interview Ian Bostridge

Een recital van de Britse tenor Ian Bostridge is altijd een bijzondere gebeurtenis. Met een ongeziene dramatische intensiteit – declamerend, reikend naar het publiek alsof hij het bij de collectieve kraag wil vatten – beweegt hij zich over het podium. Bostridge heeft ook oog voor ongewone verbanden en springt in dit recital van Purcell en Bach over Haydn naar Britten en Weill. Niettegenstaande de belofte en de lyriek van het openingsnummer toont de intrigerende serie Engelstalige liederen die hij hier bijeen brengt, de kracht van de muziek om de donkerste kanten van het menselijke bestaan te verklanken.

U heeft een programma samengesteld met een sterke literaire inslag: van de klassieke Dryden (Music for a while) en de 18de-eeuwse vrouwelijke dichter Anne Hunter (Original Canzonettas) over het Schotse dialect van William Soutar (Who are these children) naar de archetypische Amerikaanse stem van Walt Whitman. Hoe gaat u te werk bij het samenstellen van een recitalprogramma? Kunnen we dit programma zien als een liefdesverklaring aan de Engelse taal?

Gewoonlijk werk ik rond een of twee componisten. Dat brengt een zekere eenheid en biedt de gelegenheid dieper in te gaan op hun oeuvre. Voor dit recital was het echter wel een uitdaging om alles samen te brengen op een manier die werkte: zowel gevarieerd als verbonden. Als er iets centraal staat in dit recital, dan is het de componist Benjamin Britten, met zijn cyclus Who are these children, zijn prachtige arrangementen van de Bach-liederen en van Purcells The Queen’s Epicedium, en door het feit dat Haydns Original Canzonettas op het repertoire stonden van Benjamin Britten en Peter Pears als liedvertolkers. Ik kende Haydns cyclus wel, maar de liederen leken me altijd te lichtzinnig. Hoe meer ik ze vertolk, hoe meer ik er nochtans door wordt begeesterd en nu vind ik hun lichtheid ronduit aantrekkelijk. Trouwens de hele avond lang biedt enkel de Sailor’s song een spreekwoordelijke bevrijdende lach. Maar meer nog dan literatuur of taal, zou je kunnen zeggen dat oorlog het thema is van de tweede helft van het recital, maar dat heb ik pas naderhand ingezien. Het was geen doelbewuste keuze om dat thema uit te werken. Ik ben al langer geïntrigeerd door de vier Engelstalige liederen uit Brittens cyclus Who are these children, op de gelijknamige gedichtenbundel van William Soutar. De andere liederen zijn veelal kinderliedjes, en dan nog in het Schotse dialect waarin Soutar schreef, maar de vier liederen in het Engels beschrijven de gevolgen van oorlog op kinderen. En vandaar naar Kurt Weills toonzetting van gedichten die Walt Whitman schreef tijdens de Amerikaanse burgeroorlog, was maar een kleine stap. Jaren geleden stootte ik in een muziekwinkel op de partituur van die liederen. Op de cover stond een bekende foto van een jonge tamboer uit die oorlog, nog een kind eigenlijk. Ik heb een zwak voor Kurt Weills muziek en ik bedacht toen al dat ik die liederen ooit eens zou moeten vertolken. Vooral toont het hoe dit programma door toeval is samengesteld: ik richt me op de liederen die ik zelf graag hoor.

Er zijn ook liederen in het Duits en Latijn. Hoe gaat u daarmee om, is het mogelijk zich volledig in een taal die niet uw moedertaal is, onder te dompelen?

Latijn is een goed voorbeeld. Het is bijna een magische taal – een oude, dode taal die op school wordt aangeleerd maar die niemand meer spreekt. De woorden worden niet meer gebruikt en dat verleent hen een magisch aura. Als spreektaal beheers ik het Duits niet zo goed maar ik werk nu al een goede dertig jaar met Duitse poëzie en liederen en ik voel me best op mijn gemak als ik in die taal moet zingen. Toch helpt het me nog steeds om opnames van iemand als Fischer-Diskau te beluisteren om bepaalde aspecten ervan machtig te worden. In dat soort van piraterij ben ik vrij goed.

De titel van het recital «Music for a while» roept een atmosfeer op van een bezadigde, aangenaam doorgebrachte avond, maar een groot deel van de liederen verwijzen naar dood, pijn en verlies en naar de manieren om daarmee om te gaan, van desolate wanhoop in Britten & Weill tot aanvaarding bij Bach.

Soms wordt me gevraagd: “waarom moet jij je toch zo wentelen in die donkere romantiek?” Maar ik voel dat helemaal zo niet aan. Voor mij draait het erom dat de donkere kanten van dit leven getransformeerd worden – door kunst – in een bijzondere schoonheid. En die schoonheid geeft ons op zijn beurt weer hoop. We openen dit recital met Music for a while en heel vaak vertolken we het nogmaals, op het einde, als bisnummer. Op die manier proberen we de gedachte mee te geven dat je naar verschrikkelijke plaatsen kan gaan en ze zelfs mooi kan vinden – omdat het kunst betreft, en niet het leven zelf – en uiteindelijk tot aanvaarding kan komen.

De Whitman-Weill combinatie lijkt de vreemde eend in de bijt. Niet alleen het feit dat gedichten van Walt Whitman zelden te horen zijn in liedvorm, maar Kurt Weills bijna montere muzikale behandeling staat in sterk contrast met Whitmans gekwelde lamento’s.

Walt Whitman is natuurlijk een uitzonderlijke figuur en zijn gedichten zitten barstensvol muzikale referenties. Kurt Weill verklankte gedichten die geschreven werden in de jaren 1860 tijdens de Amerikaanse burgeroorlog, voor een Amerikaans publiek in volle Tweede Wereldoorlog. De manier waarop hij daarbij gebruik maakte van eigentijdse Broadway-harmonieën vind ik heel effectief en bijzonder emotioneel geladen. De akkoordsequenties zijn absoluut verrukkelijk. Hij deed toen hetzelfde als in de jaren 20, toen hij in Dreigroschenoper op een interessante wijze populaire ritmes en harmonieën aanwendde.

Opgetekend door Carl Böting

article - 3.1.2013

 

Ian Bostridge
Recital

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
Keep the
lights on!