Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Filtreren op media: 

Orphée et Eurydice

Interview Romeo Castellucci

De Munt - Interview Romeo Castellucci

Orpheus en Eurydice zijn de protagonisten uit een van de ontroerendste en krachtigste liefdesverhalen in de Westerse cultuur. Orpheus weet, dankzij de overtuigingskracht van zijn muziek, af te dalen naar de onderwereld om zijn pas overleden geliefde terug te halen. Na het succes van Parsifal heeft de Munt de gelauwerde theatermaker Romeo Castellucci een nieuwe operaregie toevertrouwd. Zijn enscenering van Orphée et Eurydice zal opnieuw grote middelen vergen, maar dankzij de poëtische kracht van zijn visie brengt Romeo Castellucci het 18de-eeuwse meesterwerk van Gluck in dialoog met fundamentele wezensvragen van vandaag.

Hoe is jouw project rond Glucks Orfeo tot stand gekomen?

Het project is in Brussel ontstaan op initiatief van Peter de Caluwe die mij dit werk voorstelde. Ik was meteen gefascineerd door de muziek en het thema en het leek me een waardige opvolger voor Parsifal in de Munt. De Wiener Festwochen wilden mij in dezelfde periode ook een productie toevertrouwen. Zo is bij Peter het idee ontstaan om verschillende versies te brengen van deze fascinerende partituur: in Wenen de originele Weense versie, gezongen in het Italiaans, in Brussel de Franse versie in de herziening door Berlioz. Met twee verschillende equipes brengen we twee versies van hetzelfde meesterwerk, in grote lijnen volgens eenzelfde concept.

De mythe van Orpheus en Eurydice zoals die in Ovidius’ Metamorfosen voorkomt, vertelt hoe een man uit liefde over de drempel van de dood stapt om zijn overleden geliefde terug te halen. Hoe zie jij dat?

Een belangrijk element is dat Eurydice zich weliswaar in de onderwereld bevindt, maar wel in een bevoorrechte zone ervan, de Elyseese Velden. In deze vreemde, buitenaardse plek verblijven de gelukzaligen, die door de schoonheid van hun ziel gevrijwaard worden van verval en aftakeling. Dit raadselachtige gebied, een ‘tussenstadium’ tussen bewustzijn en niet-bewustzijn, roept vele vragen op en is sinds mensenheugenis een enigma. In combinatie met het voorstel van de Munt heb ik mij verdiept in het fascinerende onderzoek dat wereldwijd op het gebied van het bewustzijn en de neurologie wordt verricht. Ons brein is een wereld op zich, een te ontdekken continent. Ik kwam in contact met medici die zich toeleggen op neurologisch onderzoek en nam kennis van de technologie die ze ter beschikking hebben om de hersenactiviteit te proberen doorgronden. De zorgen waarmee het medisch personeel patiënten die een zwaar trauma hebben overleefd omringen, hebben me diep getroffen. Een ander beslissend element was de vaststelling dat muziek, als pre-verbale taal, een manier is om in contact te treden met deze patiënten. Want het beluisteren van muziek stimuleert de hersenactiviteit op directe wijze. Het delen van de schoonheid van Glucks muziek met een patiënt(e) is een basispijler van mijn project en van dit hele avontuur.

Met deze productie van Orphée et Eurydice zal de Munt dus een onderbelichte problematiek belichten, die bij het grote publiek weinig bekend is?

Ja, we beseffen zelden hoeveel mensen in een of andere vorm van bewustzijnsverlies verkeren, vaak gedurende vele jaren. Het zeer veralgemenende begrip ‘coma’ is voor de meesten van ons compleet onbekend terrein, we hebben er een confuus beeld van. “Uit een coma ontwaken” betekent zelden opstaan en het leven van weleer hervatten. Het is uiteraard vooral door de vooruitgang van de medische wetenschap en van de medische technologie dat vele vragen rijzen over deze ‘tussenstadia’ tussen bewustzijn en niet-bewustzijn. Het dwingt ons om het leven te herdefiniëren – op een manier die 40 jaar geleden niet aan de orde was. Met verschillende scanners kan de activiteit van het brein zeer precies in kaart gebracht worden, maar daarom weten we nog niet wat die activiteit betekent. Er zijn bovendien zoveel verschillende gevallen van ‘verstoord bewustzijn’, gaande van de vegetatieve staat tot de minimaal bewuste staat en alle gradaties tussenin, met als apart geval het locked-in-syndroom, een staat van bewustzijn waarbij de persoon wel geluiden hoort en kan zien, maar wiens lichaam volledig verlamd is. Het bijzondere aan dit syndroom is wel dat de patiënt kan leren met de ogen te communiceren.

U sprak over het ‘delen’ als wezenlijk onderdeel van uw concept; het is dus de bedoeling dat een patiënte in locked-in situatie de muziek zal horen die tijdens de voorstellingen van Orphée in het theater wordt gespeeld?

Ik wil dat deze jonge vrouw de protagoniste wordt van ons verhaal, samen met de zangers die de rollen van Orphée en Eurydice zullen vertolken. Zowel in Wenen als in Brussel werken we samen met een patiënte die in de kille wereld van een ziekenhuiskamer in een gelijkaardige situatie verkeert als Eurydice in de mythe, opgesloten in een ‘tussenstadium’. In beide steden zullen tijdens de voorstellingen het theater en de ziekenhuiskamer met elkaar verbonden zijn: terwijl wij gedurende een deel van de voorstelling de patiënte op video kunnen zien, hoort zij via een hoofdtelefoon de muziek die in het theater wordt gespeeld. Dit alles gaat over de kracht van de muziek, die in staat is door te dringen tot in de diepe lagen van het bewustzijn. Dit gaat over Orpheus; hij vertegenwoordigt de muziek. Met zijn gezang slaagt hij erin de natuur te stoppen, demonen te bezweren en door te dringen in het hiernamaals.

Uw concept is radicaal, maar uw reputatie van kunstenaar is nochtans allerminst die van een voyeur…

Het respect voor de patiënte is essentieel: we ondernemen niets zonder voorafgaandelijk akkoord van het medisch team, de familie en, in de mate van het mogelijke, de patiënte zelf. Voor de buitenwereld kan het overkomen alsof we de omstandigheden van een patiënt willen gebruiken om ons eigen verhaal te vertellen. Maar volgens mij is de kwestie niet zozeer dat deze persoon in deze omstandigheden wordt getoond. Wat er op het spel staat is de opvatting over het theater zelf. Het theater is voor mij geen spektakel of vertier. Het is integendeel de synecdoche van de gemeenschap, een plek waar kennis van de menselijke natuur kan worden aangereikt, waar ook de meest extreme aspecten van het mens-zijn gedacht en gebracht kunnen worden. De situatie waarin Eurydice terechtkomt is zo’n extreme omstandigheid. Het is mijn diepe overtuiging dat het ‘tragische’ theater (in de Griekse betekenis) zich over deze kwestie moet buigen, niet uit ziekelijke nieuwsgierigheid, maar omdat een dergelijke situatie mij als persoon aanbelangt, eenvoudigweg omdat het bestaat. Een bevestiging dat we met onze benadering op een geaccepteerde weg zitten krijgen we van de mensen rondom deze patiënten. Zij wensen de dialoog met de maatschappij aan te gaan. Ze willen laten weten dat ze er ook nog zijn. In de beide ziekenhuizen waarmee we samenwerken, in Oostenrijk en hier in België, hebben we een ongelofelijke ontvangst gekregen, niet enkel van de verwanten, maar ook van patiënten-verenigingen, het medisch personeel… Deze reacties hebben mij in staat gesteld om door te zetten. Een fundamenteel probleem in deze materie is dat personen in aan coma gerelateerde situaties zo goed als ‘onzichtbaar’ zijn voor de maatschappij. Juridisch gezien bevinden ze zich in een vacuüm, een limbo. Zijn ze nog bewust of worden ze al afgeschreven? Dat is niet altijd duidelijk…

Een belangrijk punt hierin is tevens de verhouding tussen realiteit en fictie. We weten dat het theater fictie is. Maar jij zoekt altijd een vorm van doorgedreven realisme in de theatrale realisatie, nee?

Als het waar is dat het theater een rol kan spelen in het maatschappelijk debat, dan denk ik dat dit aspect van het mens-zijn erin moet mogen voorkomen. Ik geloof heel erg in het theater; het is een plek om de meest onuitsprekelijke dingen bespreekbaar te maken. En natuurlijk besef ik hoe delicaat dit alles is. We betreden hier een problematisch domein. Maar daar dient het theater ook voor! Het debat schrikt me niet af, wel de vraag of ik als persoon in staat zal zijn om deze ‘reis’ tot het einde vol te houden. Want het brengt ons bij een erg confronterende, maar ook rijke manier om over het leven te denken. In de ziekenhuizen heb ik gezien welk contact er kan zijn met deze mensen – weliswaar geen verbaal contact, maar een contact gebaseerd op liefde. De liefde van naasten is één van de technieken die toegepast worden om te proberen patiënten te wekken. In de Orpheusmythe is het diezelfde kracht van de liefde die aan het werk is. Het lijkt een holle, conventionele frase, maar dat is het niet op het moment dat de liefde de herhaalbaarheid der dingen overwint, de lelijkheid van hospitalen, de stilte van de geliefde. Er is voor mij trouwens niet alleen de overeenkomst met de mythe maar vooral ook met de muziek van Gluck. Toen de Munt mij dit werk heeft voorgesteld en ik de muziek voor het eerst opzette, is het allereerste beeld dat in mij opkwam dat van een witte ziekenhuiskamer met een patiënte omringd door haar naasten. Een haarscherp beeld dat ik niet terzijde kon schuiven – alsof de muziek van Gluck zich aan mij openbaarde.

Stelt u met deze interpretatie een ethische dan wel een esthetische discussie centraal?

Ons voorstel is voorgelegd en goedgekeurd door de ethische commissie van het ziekenhuis waarmee we samenwerken. Ze gaven ons niet enkel de goedkeuring. Meer dan dat, ze waardeerden duidelijk dat we hun werk op een dergelijke artistiek-filosofische en moreel verantwoorde manier wensen te erkennen. De uitdaging is om ethica en esthetica samen te brengen: een moment van sublieme schoonheid laten samenvallen met een beeld van absolute verlatenheid. Niet om het publiek te bewegen voor het leed van deze persoon! Trouwens, is het woord ‘leed’ wel van toepassing? We weten immers niet wat dergelijke patiënten ervaren. Experimentele tests die hun gemoedstoestand en hun geluksgevoel onderzoeken, leveren zeer verrassende resultaten op. Het zou dus onterecht zijn om een waardeoordeel te geven over de levenskwaliteit van deze mensen. Deze wetenschap heeft mij sterk geraakt. En over het algemeen word je in die ziekenhuisafdelingen getroffen door de afwezigheid van wanhoop. Hoe moeilijk de dagdagelijkse strijd er ook is, vaak bestaat er een aangrijpende, diepe relatie tussen de patiënt en zijn naasten. Natuurlijk heerst er geen vreugde, maar wel iets wat we liefde kunnen noemen.

article - 26.4.2014

 

Orphée et Eurydice
Opera

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out